Peter Houweling werkt al bijna 36 jaar bij Horizon. Hij begon als pedagogisch medewerker en is inmiddels directeur van Horizonlocatie ’t Anker in Harreveld. Peter: ‘Ik vind dat iedereen een kans verdient en ook nog wel een tweede of een derde kans.’ Een ervaringsverhaal van een bevlogen directeur.

Iedereen verdient een kans

Kun je uitleggen waar je manager van bent?

Rijnhove en het Park College staan op het terrein van Park Rijnstroom in Alphen aan den Rijn. We hebben op het terrein ook 10 leefgroepen waar jeugdigen tijdelijk wonen en een drietal gezinshuizen. Het Park College is voortgezet speciaal onderwijs (VSO) waar jeugdigen tussen de 12 en 18 jaar met forse gedragsproblemen naartoe gaan. Denk aan psychische stoornissen, ADHD of verslavingsproblematiek. Veel jeugdigen komen uit de Rijnhove leefgroepen maar we hebben hier ook jeugdigen uit de regio op school.’

Vanuit welke visie werken jullie?

‘Ons uitgangspunt is dat jeugdigen de regie over hun eigen leven weer terugkrijgen. We spreken de jongere aan op hun innerlijke motivatie: wat wil je van je leven maken? En kijken hoe we de jongere daar het beste bij kunnen helpen.

Dat doen we niet alleen door te praten maar vooral ook door te doen en vanuit daar leren. Denk vanuit de zorgkant aan trainingen in hoe om te gaan met relaties, seksualiteit, gedrag en financiën. Onderwijs blijft het toverwoord, want zonder diploma kom je nergens. Een vak leren geeft zelfvertrouwen. Met een VMBO diploma op zak kunnen leerlingen de arbeidsmarkt op of doorstromen naar een vervolgopleiding als een ROC. Doordat we hier samen met zorginstelling Rijnhove zitten, is de hulpverlening en het onderwijs steeds meer geïntegreerd. Jeugdigen die even niet ontvankelijk zijn voor onderwijs, pakken we samen op en ook ouderavonden doen we samen.’

Welke aanpak werkt bij deze jeugdigen?

Voor docenten, instellingen en opvoeders ligt er een belangrijke taak om jeugdigen te motiveren. Dat doe je aan de ene kant met een warm hart. Door goed te luisteren en echt geïnteresseerd te zijn. Door ze grenzen op te laten zoeken in hun eigen kunnen. Ze mogen oefenen, fouten maken en van hun fouten leren. Corrigeren moet en soms in stevige taal met deze populatie. Maar nogmaals, wel met een warm hart. Ze moeten het uiteindelijk wel zelf doen… Keuzes maken, doorzetten. Het komt ze niet aanwaaien.’

Horizon werkt met het gedachtegoed van Stephen Covey.

Hij beschrijft in 7 stappen een weg waarmee je de kwaliteit van leven kunt verbeteren. De tweede eigenschap is visie, begin met het einde voor ogen. Hoe interpreteer jij deze eigenschap?

‘Ik ben 1,5 jaar geleden begonnen met het managen van het Park College. Dat verkeerde toen in zwaar weer. Leerlingen en docenten voelden zich niet veilig. Het ziekteverzuim onder de leraren was groot wat leidde tot veel klachten van ouders en bij gebrek aan goed toezicht terroriseerde de kinderen de buurt. Ik heb toen een stip op de horizon gezet, een visie om het klimaat op school weer gezond te krijgen. Ik heb tijdelijk een beveiliger aangesteld. Inmiddels is dat een pedagogisch werker geworden die kinderen opvangt die even uit de klas ‘knallen’. Het aantal leerlingen is teruggebracht van 200 naar 130 en de school heb ik destijds onderverdeeld in drie gangen met ieder een eigen ganghoofd en een leerlingenraad. Dat maakt het overzichtelijker en vertrouwder. We hebben ook veel geïnvesteerd in goede contacten met de ouders door inzet van een ouderplatform, ouderavonden en persoonlijk contact van docenten. Doordat de rust en veiligheid terug is gekeerd, zitten kinderen en leraren lekkerder in hun vel. Het ziekteverzuim is teruggebracht van 25 % naar 10 % en buurtbewoners hebben veel minder last. Het is ook belangrijk om uit te leggen waarom je een beslissing neemt en die steeds weer terug voert naar de stip op de horizon. Zo weet iedereen dat alles wat ik doe of laat, zeg of niet zeg in het teken staat van een fijnere maar vooral betere school. We zijn er nog niet maar we zijn goed op weg. We hebben inmiddels het basisarrangement – school voldoet aan de basiskwaliteit red. – van de onderwijsinspectie behaald en daar zijn we ontzettend trots op.’

Hoe vertaalt zich de tweede eigenschap van Steven Covey als je hem toepast op de kinderen? 

‘Uiteindelijk willen alle jeugdigen huisje, boompje beestje. Een stabiel leven met een partner en een baan en wat geld om leuke dingen te doen. Als ze dat doel goed voor ogen hebben, kun je gaan praten over wat ze moeten doen of juist laten om dat te bereiken. Wil je zelfstandig kunnen wonen, dan is het handig dat je leert hoe je moet koken en hoe je met geld omgaat. We blijven checken: wat heeft iemand nodig voor de volgende stap. Maar ook checken we of iemand ook echt klaar is om een volgende stap te zetten zonder moraliserend te worden.’

Je werkt nu al bijna 35 jaar binnen jeugdzorg, hoe is dat zo gekomen?

‘Ik heb ooit actuariële wiskunde gestudeerd en heb daar ook even in gewerkt. Maar daar werd ik niet blij van. Ik wilde iets met mensen doen. Liefst met jongeren. In mijn vrije tijd had ik al wel eens wat kampen gedraaid met Rotterdamse bleekneusjes: jongeren die nooit de stad uitkwamen. Toen heb ik bij Horizon – of in ieder geval de voorlopers ervan – gesolliciteerd en ben zo het werk ingerold. Ik had thuis wel wat uit te leggen. Zonde van mijn diploma en met kinderen werken: dat kan iedereen. Ik heb toch mijn hart gevolgd. Dat ik in een organisatie mag werken waar je echt  het verschil kunt maken voor jeugdigen is fantastisch. Ik heb de mooiste baan van de wereld.’

Is de visie op jeugdzorg fundamenteel anders dan toen je begon?

‘Ja, 35 jaar geleden werd er heel veel van de jeugdigen overgenomen. De kapper kwam op het terrein, er werd centraal gekookt en recreëren deed je er ook. Als jongere kwam je eigenlijk nooit van het terrein af. Er was sprake van een soort hospitalisatie waarin de hulpverlener wist wat goed voor je was. Vijftien jaar geleden kwam het systeemdenken op gang. Vroeger hielden we de ouders verantwoordelijk voor het gedrag van de jeugdigen. De ouders deugden niet en wij jeugdzorgwerkers moesten de kinderen tegen de ouders beschermen door ze bijvoorbeeld uit huis te plaatsen. De werkelijkheid is vaak veel complexer. Een kind kan een psychische handicap hebben of een ouder zit niet lekker in zijn vel omdat hij zijn of haar baan kwijt is. Het is belangrijk dat gezinnen leren hoe ze samen verder moeten in plaats van jeugdigen isoleren. We betrekken nu iedereen die een lijntje met onze jeugdigen heeft bij het proces om gedrag te veranderen. Samen met de ouders, de dominee, de pastoor, de wijkagent en/of de voetbalcoach om maar wat voorbeelden te geven kijken we hoe we elkaar kunnen helpen. De nadruk op zelfregie bij de jeugdigen en de ouders is iets van de laatste jaren. Vroeger zeiden we wat je moest doen en vooral hoe. Nu zijn we veel meer de katalysator, met verstand van zaken, om de ander te helpen in het zoeken naar de oplossing die bij die ander past.’

Heb je ook weleens gedacht: ik ben er klaar mee.

‘Nee, eigenlijk niet. Ik heb wel moeilijke situaties meegemaakt waarin een jongere met een mes voor me stond. Dat is wel even schrikken. Ook word er in deze functie soms veel van mij gevraagd. Om in Horizon termen te spreken moet je goed met jezelf in gesprek zijn, jezelf een spiegel voorhouden of je een spiegel voor laten houden en goed voor jezelf zorgen. Kijken wat je kunt leren van anderen maar ook duidelijk je grenzen stellen. Niet alleen voor die jeugdigen maar ook voor ons is het soms nodig om gedrag te veranderen.’

Spreek je nog wel eens jeugdigen die je vroeger onder je hoede had en hoe gaat het daar dan mee?

‘Een paar jaar geleden stond ik op een camping en kwam ik een jongen tegen die ik kende van Horizon. Vroeger haalde hij allerlei rottigheid uit. Inmiddels heeft hij een vriendinnetje, een Melkert baan in een speeltuin en een auto. Na een moeilijke periode heeft hij zijn leven weer op de rit. En justitie? Daar was ie nog maar 1 x mee in aanraking geweest voor te hard rijden. Bij hem was het  kwartje gevallen: als ik nog wat van mijn leven wil maken, zal ik moeten veranderen. Het is prachtig om te zien als jeugdigen progressie maken, daar kom ik ‘s ochtends mijn bed voor uit.’