Anne Maaskant is de winnares van de Horizon Academieprijs 2017. Haar onderzoek Hoe voorkomen we het vroegtijdig afbreken van een pleegzorgplaatsing sprong er wat betreft de jury dit jaar bovenuit. Eén van haar belangrijkste aanbevelingen: monitor pleegzorgplaatsingen systematisch. Doe dit samen met pleegouders en maak het daarmee onderdeel van de begeleiding.

Anne: ‘Wat is het probleem? Het gaat hier om kinderen die niet thuis kunnen wonen en in een pleeggezin opgroeien. Eén derde van die pleegzorgplaatsingen wordt voortijdig afgebroken. Dat betekent dat het pleegkind, tegen de eerdere plannen in, weer ergens anders gaat wonen. Deze doorplaatsingen zijn schadelijk voor het pleegkind. Emotionele problemen of gedragsproblemen van het kind nemen toe en de kans dat een volgende plaatsing slaagt, neemt af.’

Belangrijkste risico’s

Anne: ‘Ik heb onderzocht wat de belangrijkste risico’s zijn die het voortijdig afbreken van zo’n pleegzorgplaatsing voorspellen. Uit mijn onderzoek komt naar voren dat gedragsproblemen van een pleegkind waar pleegouders moeilijk mee om kunnen gaan, een belangrijk risico is.

Opstapelen van stressfactoren

Daarnaast is het ook een groot risico als verschillende stressfactoren zich op gaan stapelen in een pleeggezin. Bijvoorbeeld als het pleegkind flink lastig gedrag heeft en ook het contact met de biologische ouders heel moeizaam verloopt. Als de pleegvader dan zijn baan verliest en oma ziek wordt, kan dat de druppel zijn waarom pleegouders de handdoek in de ring gooien.’

‘We hebben vervolgens gekeken of intensieve opvoedondersteuning van de pleegouders, het leren omgaan met ingewikkeld gedrag van hun pleegkind, dat risico op voortijdig afbreken verkleint. We onderzochten daarvoor de effectiviteit van PMTO (Parent Management Training Oregon). Dat is een intensieve, individuele training waarbij via de aanpak van pleegouders gedragsproblemen van het pleegkind aangepakt worden.’

Omgaan met moeilijk gedrag is belangrijk

‘En daaruit blijkt dat het omgaan met het moeilijke gedrag van het pleegkind heel belangrijk is. Als pleegouders merken dat de opvoeding makkelijker gaat, neemt de stress in het pleeggezin af. De voortgang van de plaatsing komt minder onder druk te staan.’

‘Ook vonden we dat aandacht van de therapeut voor belangrijke andere dingen die in het pleeggezin spelen, heel belangrijk is. Een PMTO-therapeut heeft inhoudelijk heel veel kennis en is ook nog eens in staat en goede werkrelatie op te bouwen met de pleegouders.

Er speelt vaak zoveel meer, waar je pas echt goed achter komt als je een goede band met het gezin hebt opgebouwd. Daarom is één van de belangrijkste aanbevelingen uit mijn onderzoek om systematisch te screenen op risico’s voor mogelijk afbreken van de plaatsing.’

Niet alleen maar een lijstje

Anne ziet dat screenen niet als weer een extra eis om nog meer te registreren. ‘Het moet niet alleen maar een lijstje zijn dat je op kantoor moet invullen. Het gaat erom dat een hulpverlener met pleegouders in gesprek is en het verloop van een plaatsing samen in kaart brengt. Wel aan de hand van een checklist, omdat anders belangrijke zaken toch onbesproken kunnen blijven. Op deze manier maak je het screenen echt tot onderdeel van de begeleiding en zet je het in als een interventie.’

Weten wat je nodig hebt

Het tackelen van risico’s stopt dus niet bij een goede begeleiding en training voorafgaand aan een pleegzorgplaatsing. Anne: ‘Pas als je daadwerkelijk geconfronteerd wordt met moeilijkheden, weet je wat je nodig hebt om daar beter mee uit de voeten te kunnen. Ieder kind heeft een eigen aanpak nodig. Het ene gedragsprobleem is het andere niet. De ene ouder kan er beter mee omgaan dan de ander en de ene ouder heeft dus andere begeleiding nodig dan de andere ouder.’

Belang van onderzoek in de praktijk

En daar komt het belang van onderzoek naar boven. Anne: ‘Als hulpverleners vooraf de knelpunten inzichtelijk maken samen met pleegouders, ontstaat er een gesprek. Het kan zijn dat een pleegouder zegt: ik kan het aan, ik heb geen hulp nodig. Dan helpt het dat er iemand naast zit die zegt: we hebben het vaker in kaart gebracht en uit onderzoek weten we nu al dat deze risico’s er zijn. Het is goed dat je er positief instaat, maar laten we toch even samen die plaatsing in kaart brengen. Dan doe je als hulpverlener en als pleegouder je voordeel met resultaten uit onderzoek.’

Machteloosheid

Anne hoefde niet lang na te denken over een onderwerp voor haar proefschrift. ‘Ik kom zelf uit een gezin waar altijd pleegkinderen hebben gewoond. Dan ken je ook de moeilijke situaties. Mijn ouders zeiden weleens: ja, leuk en aardig die hulpverlening, maar je hebt geen idee als je er niet zelf in zit.  Ik snap dat die machteloosheid bij ingewikkelde pleegzorgplaatsingen voor beide partijen geldt. Niet alleen voor pleegouders, maar ook voor hulpverleners. Je wil in ieder geval voorkomen dat pleegouders op een gegeven moment zeggen: als ik dit van tevoren had geweten, had ik het niet gedaan. Daar probeer je samen een antwoord op te geven.’

Over Anne Maaskant

Dr. Anne Maaskant is gz-psycholoog en senior wetenschappelijk medewerker bij de onderzoeksgroep Forensische Geestelijke Gezondheidszorg van GGzE in Eindhoven. Haar promotieonderzoek voerde zij uit aan de Universiteit van Amsterdam.

Doe mee met de stelling

Op woensdag 22 november gaat Anne tijdens de Horizon Academieprijs met wetenschappers, studenten en hulpverleners in gesprek over de volgende stelling:

Overbelaste pleegouders die 24/7 dealen met onhoudbaar gedrag van hun pleegkind, hebben niets aan een hulpverlener die na een uur weer de deur achter zich dicht trekt.

Ook meepraten over dit onderwerp? Schrijf je dan nu in voor de battle tussen praktijk en onderwijs en kies het thema pleegzorg.