Noodsituatie | Door gebrekkige expertise worden jongeren te laat doorverwezen en duurt de behandeling langer.

Interview door de Trouw – Maaike Bezemer, redactie onderwijs&opvoeding

Jongeren die worden opgenomen in de gesloten jeugdzorg verkeren steeds vaker in crisis. Driekwart van de opnames komt nu voort uit een noodsituatie. Dat was 30 procent.

Die stijging is een direct gevolg van de decentralisatie uit 2015, toen gemeenten verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg. Op gemeentelijk niveau wordt ingezet op ‘ambulante’ zorg, zorg aan huis. “Kinderen met complexe problemen, zoals een depressie of angststoornis, worden daardoor te laat doorverwezen naar specialistische psychiatrische zorg”, zegt Erwin Duits, directeur van De Hoenderloo Groep. Hij ziet het effect op de leefgroepen binnen zijn instelling. “Heftiger gedrag, en meer jongeren met zelfmoordneigingen.”

Duits maakt zich samen met twee collega-bestuurders zorgen om die ontwikkeling. Ze stellen dat er op wijkniveau te weinig oog en te weinig expertise is voor jongeren met complexe problemen. De decentralisatie zet juist in op de ‘zachte’ ondersteuning. Zogenaamde wijkteams onderhouden nauw contact met gezinnen. Er is opvoedhulp aan huis om uithuisplaatsingen te voorkomen. Hans du Prie van Ihub, een samenwerkingsverband van onder andere jeugdzorginstelling Horizon, ziet daardoor complexe problematiek ontsporen. “Niet alles kan worden opgelost met een familieberaad rond de wipkip.”

Als er eenmaal sprake is van een crisissituatie, dan is er vaak geen tijd voor een heel inhoudelijke afweging, zegt Bas Timman van Jeugdformaat. “Dan moet er ineens gehandeld worden, dan geldt vooral: waar is nu plek?” Du Prie vult aan: “Je zou liever eerst doelen stellen, met de ouders om tafel, overleggen met school.” Gevolg is dat jongeren niet meteen de juiste behandeling krijgen, en behandeling langer duurt.

De bestuurders zien niet alleen nadelen van de transformatie. Zo is het aantal jongeren in de gesloten jeugdzorg de laatste jaren afgenomen. In 2015 werden 1380 jongeren opgevangen. In 2013 ging het nog om 1503 jongeren. En we komen van 2100 in 2007, zegt Timman.

“We moeten de decentralisatie niet afdoen als mislukt”, zegt Hans du Prie. “Dat zware problemen te laat worden ontdekt, is niet gek bij een stelselwijziging. Veel gewoontes zijn doorbroken, er is extra werkdruk. Jeugdwerkers moeten wennen aan nieuwe collega’s. Het kan dat ze dan minder goed kijken, niet weten naar wie ze moeten doorverwijzen. Zo’n megaoperatie valt ook niet te combineren met een megabezuiniging.”

Inmiddels zoeken de instellingen naar manieren om de specialistische zorg eerder in te zetten. Du Prie noemt korte arrangementen en school2care: een programma waarbij jongeren van ’s morgens acht tot ’s avonds acht actief zijn. Horizon heeft afgelopen jaar hele gezinnen opgenomen en intensief begeleid, wat leidt tot minder uithuisplaatsingen. Jeugdformaat biedt crisishulp met een combinatie van hulpverleners die meedraaien in een gezin en gedrags- en psychotherapie vanuit een instelling.

De Hoenderloo Groep startte een jaar geleden met Smaragd, een kleinschalige behandelvorm, naast haar gewone jeugdzorgplusgroepen. Acht jongeren volgen een individueel programma, gedragstherapie en onderwijs. Er is één begeleider op elke twee jongeren, ongekend in de jeugdzorg.

Du Prie: “De jeugdzorg moet fundamenteel veranderen. Van het traditionele reddersdenken, naar behandelingsgericht. Dat kost tijd. Geef de sector nog twee jaar.”