In discussies over het gebruik van onderzoeksinstrumenten in de Jeugdzorg, trek ik vaak een vergelijking met de medische gezondheidszorg. Dit doe ik omdat iedereen wel eens bij de huisarts komt of in een ziekenhuis is geweest, en je je er dus snel wat bij voor kunt stellen. Waar zou een arts bijvoorbeeld zijn zonder zijn routine bloedtest? Hoe komt hij er dan achter dat je bloeddruk te hoog is door het slecht functioneren van je nieren, of door een te hoog cholesterol.

Het is dan wel fijn dat de huisarts even een bloedonderzoek kan doen, waarmee een aantal lichaamsfuncties standaard gecheckt kunnen worden. Dat geeft richting aan de in te zetten behandeling.

Gestandaardiseerd onderzoek/ROM

Nu vinden we het allemaal normaal dat zo’n bloedonderzoek onderdeel kan zijn van een huisartsbezoek. Het wordt ook keurig vergoed door onze basisverzekering. Maar hoe zit het dan in de Jeugdzorg? Het gebruiken van gestandaardiseerde onderzoeksinstrumenten (meestal vragenlijsten) bij de behandeling wordt steeds gebruikelijker, de routine outcome monitoring (ROM) wordt steeds meer omarmt.

Gezamenlijk doel

Ruim 25 Jeugdzorginstellingen hebben dan ook de handen ineen geslagen in het Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdhulp Nederland. Samen hebben deze organisaties de Lerende Databank Jeugd opgericht (LDJ) om de effectiviteit van de Jeugdzorg nog verder te verbeteren. Met de oprichting van de LDJ zoeken we gezamenlijk naar een efficiënte manier om zoveel mogelijk te leren van alle verzamelde gegevens.

Kosten?

Maar nu de volgende vraag: wat gebeurt er met de kosten van de gebruikte onderzoeksinstrumenten in de Jeugdzorg? En met de kosten van de inzet van de onderzoeksassistent of secretariaatsmedewerker die de vragenlijsten uitzet en soms ook digitaliseert. En de kosten van het softwarepakket die de scores omrekent, en van de behandelaar die de resultaten interpreteert? We vragen de arts toch ook niet om elke routine bloedtest uit eigen zak te betalen? Volgens een artikel van Boswell en collega’s (2013) over de ROM zijn deze kosten onder andere een obstakel bij het implementeren van ROM in de Jeugdzorg. Evenals de factor ‘tijd’, wat je eigenlijk ook weer kunt vertalen naar kosten.

Knelpunt?

Nu lijkt het misschien dat ik met dit betoog ervoor pleit de Jeugdzorg nog duurder te maken, maar dat is zeker niet het geval. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het gebruik van gestandaardiseerde instrumenten de zorg juist efficiënter en effectiever maakt, en dus goedkoper! Maar dan wel op langere termijn. En daar zit nu het knelpunt, want inkoop van zorg gebeurt vooral met het oog op de  korte termijn. De vraag is nu vooral: welke zorgaanbieder kan dit jaar zo goedkoop mogelijk zo veel mogelijk cliënten helpen met een acceptabel resultaat, en waar zullen we dus onze zorg aanbesteden? Deze ontwikkelingen bieden weinig ruimte om intensief te investeren in ROM. Als dan toch gekozen moet worden, dan kiest een jeugdzorginstelling (begrijpelijkerwijs) toch liever voor extra ‘handen aan het bed’, dan voor vragenlijsten in het dossier.

Gezamenlijk doel

Toch hebben gemeenten ook die andere ambitie, namelijk meer zicht krijgen op de outcome, ofwel maatschappelijke effecten van de geboden zorg. En daar kunnen we elkaar vinden! Laten we met zijn allen iets verder kijken dan onze neus lang is. Laten we investeren in het gebruiken van onderzoeksdata op alle niveaus: op cliëntniveau om tijdig bij te sturen als de hulp niet voldoende aanslaat, op instellingsniveau om interventies te verbeteren, en op gemeentelijk niveau om te onderzoeken of het gewenste maatschappelijke effect al is bereikt. De oprichting van de Lerende Databank Jeugd is hierin een mooie stap. Samen hebben we meer power dan alleen!

Meer lezen

Over de Lerende Databank Jeugd op de website van NJI
De Factsheet Lerende Databank Jeugd

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *