Daar is dan eindelijk het verwachte telefoontje!

Wat is dit spannend! “Moeder is aan het bevallen, kunnen jullie klaar staan?” Een lach en een traan borrelen tegelijkertijd omhoog. Op deze zonnige dag strijden ineens allerlei emoties om de voorrang. Ik doe even een snel belletje naar mijn pleegmoedervriendin. “Mag ik nu blij zijn?” vraag ik haar. Haar antwoord is even direct als de vraag: “Ja natuurlijk, het nieuwe leven mag ook gevierd worden!”

Ik spring op en ga een tas inpakken: een zelf genaaid pakje met mutsje, mini sokjes en een rompertje waar fijne herinneringen aankleven. Vol spanning wachten we op het verlossende telefoontje dat de kleine veilig geboren is en we hem of haar mogen gaan ontmoeten. Geen seconde denken we erover na of we dit kleine mensje alleen maar in onze armen willen sluiten als het gezond is; nee, met alles wat in ons is, willen we voor deze pleegzorgplaatsing gaan!

Na enkele uren is het dan zover: de kleine Faja ligt in een ziekenhuis bij ons in de buurt en we gaan haar echt ontmoeten! Het voelt vreemd en onwennig om in de ene hand een luiertas vol lieve, kleine spulletjes mee te nemen, in de andere hand een maxi-cosi vast te houden en zelf geen dikke buik te hebben. Maar als je dan denkt dat er ook geen hormonen door mijn lijf gieren… Nou, reken maar van wel! Tijd om er al te diep over na te denken, is er niet. Onze voogd wacht ons op in de gang en met elkaar lopen we naar de kinderafdeling. Hoe zou het zijn om de kleine meid te gaan ontmoeten?

Er is een gordijn voor haar bedje geschoven en de zuster controleert de monitor waar ze op aangesloten is. “Ahhh.. wat is ze klein!!” Het is niet onze eerste baby, ook niet onze eerste pleegbaby, en toch is het weer zo inimini allemaal. De zuster zegt dat ze nog moet bijkomen van alles en daarom de komende uren moet uitrusten. Maar zodra de zuster achter het gordijn vandaan is, fluister ik naar onze voogd: “Dat denkt ze zeker, nou reken maar dat ik haar gelijk uit haar bedje pak als jij zo weg gaat”. Ik pak haar handje op en streel die zachte vingertjes. Dat gevoel van huid op huid, wat is dat lekker zacht. Liefdevol aai ik haar wangetje en ik smelt van haar mooie gezichtje. Wat een plaatje, wat een zacht poppie!

En als ik een half uurtje later samen met mijn man bij haar bedje sta, sla ik toch echt die kleine dekentjes opzij en pak haar in mijn armen. Voorzichtig wikkelt mijn man een zelfgehaakt dekentje om haar heen. Ik ga lekker in een makkelijke stoel zitten, leg haar op mijn borst en snuffel aan haar hoofdje. Liefje, wat ruik je lekker! De monitor laat zien dat hoe langer ze op mijn borst ligt, hoe dieper en gelijkmatiger haar ademhaling wordt. Deze slapende kleine meid boort zich langzaam in mijn moederhart. Niet uit mijn buik geboren maar in mijn hart geplant. Dit is waar we het allemaal voor doen: veiligheid geven aan een kindje in nood, rustig op deze aarde laten landen zodat ze vanuit die rust straks de wereld mag gaan ontdekken.

Ik voel me bevoorrecht, ook al zijn de gedachten dubbel. Want ook als we dit nieuwe leven vieren, is er een moeder met lege armen, een lege buik, een leeg hart. Die tegenstrijdigheid zal altijd blijven, ook als we moeder de grootst mogelijke rol in het leven van haar mini meisje zullen geven. Wat ben ik trots op deze moeder die er heel bewust voor koos om haar kindje het leven te geven, ook als dat niet in haar nabijheid zou zijn. Wat is het dapper dat ze haar liet gaan, zonder te weten of ze erop kon vertrouwen dat ze bij ons veilig zou zijn.

Een lach en een traan, die twee blijven in mijn pleegmoederhart altijd bij elkaar. En wie er vrede mee kan sluiten, bewijst Faja de grootste dienst die je haar kunt bewijzen: twee moederharten die elk op hun eigen manier naar haar verlangen, twee moederhanden die elk op hun eigen manier voor haar zorgen, twee moederliefdes die zich elk op hun eigen manier naar haar uiten. En dat alles voor het stabiel groot groeien van één lief meisje.

Josje