Jongeren die grensoverschrijdend seksueel gedrag vertonen en daar vervolgens voor behandeld worden, vertonen nauwelijks herhaald probleemgedrag. Maar waar ligt dat precies aan? Onderzoeker Ellis ter Beek vergeleek voor haar promotieonderzoek alle onderzoeken die gedaan zijn naar deze doelgroep en de resultaten van behandeling. En kwam tot twee bijzondere conclusies.

Ellis: ‘ Ik heb alle effectonderzoeken die gedaan zijn op het gebied van behandeling van jongeren met ernstig seksueel overschrijdend gedrag samengenomen. Dus of een behandeling volgens dat onderzoek effect had op het voorkomen van herhaald probleemgedrag, seksueel en anderszins. Wat ik wilde weten is: wat is nu in het algemeen het effect van behandeling op het voorkomen van herhaald probleemgedrag? En kan ik, als ik de verschillende onderzoeken vergelijk, zien of er iets bovenuit springt? Of juist niet? Is het ene type behandeling bijvoorbeeld effectiever dan de andere?’

Betrouwbare uitspraak

Ellis voerde een multilevel meta-analyse uit. Dit betekent dat alle resultaten van in totaal 23 studies gebundeld en her berekend worden. Zo wordt het mogelijk om een betrouwbare uitspraak te doen over het effect van behandeling van seksueel grensoverschrijdend gedrag in het algemeen.

Wat heeft invloed op resultaat

De algemene uitkomst was een gemiddeld groot effect van behandeling op het voorkomen van herhaald probleemgedrag. Met andere woorden: behandeling heeft effect. Ellis keek vervolgens of kenmerken van de behandeling invloed hadden op het resultaat van behandeling. Werd er gebruikt gemaakt van cognitieve gedragstherapie of systeemtherapie, werd er thuis of in een instelling behandeld, wat was de gemiddelde behandelduur? Ook werd er gekeken naar de aard van het seksueel grensoverschrijdend gedrag, en kenmerken van de jongeren zoals culturele achtergrond en leefsituatie, de leeftijd van het slachtoffer en of ze ook ander probleemgedrag vertoonden.

Probleemgedrag

Geen van deze kenmerken had effect op het behandelresultaat. Wat wel opviel is dat jongeren die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen, ook niet seksueel probleemgedrag vertonen. Voorkomen van probleemgedrag door behandeling blijft dan ook belangrijk.

Positieve resultaten scoren beter

Wat ook opviel, is dat er veel meer is gepubliceerd over positieve resultaten dan negatieve resultaten. Er waren opvallend weinig studies met een minder goed / slecht resultaat van behandeling. Dit betekent dat het positieve effect van behandeling zoals in de studies weergegeven, in de dagelijkse praktijk mogelijk minder groot is.

Ene behandeling niet beter dan de andere

En dat is opmerkelijk volgens Ellis. ‘Als je al die onderzoeken naar behandelingen naast elkaar legt, zie je dat het effect niet echt van elkaar verschilt. Dus alle behandelingen die zichzelf beter vinden dan de rest, kunnen we nu nuanceren. Het ene type behandeling is niet aantoonbaar beter in het voorkomen van herhaald probleemgedrag dan de andere, en het is nog de vraag of behandeling in het algemeen wel zo effectief is’

Focus op terugvalkans

De vraag die dit oproept is of dat niet heel erg is, zo’n mogelijk klein effect. Vallen jongeren die grensoverschrijdend seksueel gedrag vertonen, eigenlijk vaak in herhaling? Nee, die kans is heel klein. Bij gemiddeld vijf procent van deze jongeren, zien we een terugval in seksueel probleemgedrag. Ter vergelijking: bij jongeren met antisociaal probleemgedrag, valt zo’n 70 procent na behandeling terug .

Voorkomen van herhaling

‘Wat bijzonder is, is dat de behandeling die deze jongeren krijgen, toch vooral gericht is op het voorkomen van herhaald seksueel probleemgedrag. Terwijl onderzoek aantoont dat jongeren bijna niet terugvallen. Waarom blijft dit dan toch een belangrijk onderdeel van de behandeling en een resultaat wat we veel meten? Er is ook vaak sprake van ander probleemgedrag bij deze jongeren, waar ook vaker een herhaling van probleemgedrag in plaatsheeft.

Maatschappelijk belang

Ellis snapt wel waarom juist die terugvalkans zo cruciaal wordt gevonden. ‘We vinden het in onze maatschappij belangrijk om ervoor te zorgen dat een jongere die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoont, het niet nog een keer doet. Daarom is behandeling ook belangrijk. En is het zaak dat we vanuit de wetenschap aantonen wat daarvoor werkt in een behandeling en wat niet.

Heel andere vraag

Deze opmerkelijke uitkomst maakt dat Ellis zich in haar onderzoek nu vooral richt op een andere vraag: moeten jeugdhulporganisaties zich eigenlijk wel zo heel erg focussen op die terugvalkans? Of zijn er andere resultaten waar behandeling zich (beter) op kan richten? Op deze vraag geeft Ellis antwoord in haar proefschrift. Ben je hier nieuwsgierig naar? Ellis vertelt hier binnenkort meer over, als haar proefschrift officieel is beoordeeld.

Over deze multilevel meta-analyse is een publicatie verschenen van Ellis ter Beek in  Journal of Abnormal Child Psychology.