Het eerste uurtje

Al een paar maanden reden we iedere zaterdagochtend naar Amsterdam om van tien tot twaalf een bakkie koffie te drinken. Zo kon Poppie langzaam in de thuisomgeving aan haar eigen gezin wennen. De eerste weken bleef ze bij ons in de buurt, maar naarmate de tijd voorbijging werd ze steeds vrijer. Haar vader en moeder voelden het uitstekend aan en drongen zich nooit aan haar op.

En toen kwam daar de dag dat ze langzaam terug kon naar het gezin waar ze thuis hoorde. Haar vader had aan de wensen van de Jeugdbescherming voldaan: een stabiele omgeving met een vaste plek waar ze kon slapen. En Poppies moeder was intussen zover dat ze de zorg over kon nemen. Met de andere drie kinderen ging dat namelijk al een tijdje uitstekend. Onze pleegzorgbegeleidster had ons, aan de hand van filmpjes waarin verteld werd hoe hersenen van kinderen van die leeftijd zich ontwikkelen, uitgelegd dat een kind van twee jaar ongeveer zes weken nodig heeft om aan een nieuwe situatie te wennen.

‘Wij willen graag weten waar we aan toe zijn,’ had Poppies vader tijdens één van de bijeenkomsten gezegd. ‘We zouden graag een plan willen waardoor we weten wanneer ze weer definitief bij ons terug is. Al duurt dat drie jaar, als we maar stappen vooruit maken.’

Wij begrepen dat en dus maakten we zelf in overleg met de ouders een plan en na goedkeur van Pleegzorg begonnen we aan een éénjaarplan.

Het koffie drinken werd vervangen door even zitten en tien minuten laten wennen. Daarna gingen Ellen en ik in een koffietentje in de buurt een Cappuccinootje drinken. De eerste keer, toen we aanstalten maakten om weg te gaan, krijsten Poppie het hele huis bij elkaar. De uitgestoken armpjes in de richting van Ellen maakten het nog hartverscheurender. Maar we gingen zonder haar de deur uit. In de auto onderweg naar het koffietentje kregen we al een geruststellend appje van de vader. Binnen een paar minuten zat ze alweer met een van haar zusjes te spelen.

Maar we beseften ons meer dan ooit dat dat loslaten ook met ons nog wel wat zou gaan doen.

Door Gerard van Gemert