JA!

‘Ja,’ antwoordde Ellen toen Diane, onze pleegzorgwerker, vroeg of we openstonden voor crisisopvang. ‘Nou,’ reageerde ik licht geschrokken, ‘daar moeten we het nog even over hebben en over nadenken.’

We hadden drie jaar binnen een netwerkregeling voor Poppie gezorgd en haar succesvol teruggebracht naar haar ouders. Daar gaat het nu helemaal goed. Poppie is gelukkig en wordt omringd door mensen die zielsveel van haar houden. Maar die drie jaar, die begonnen met een getraumatiseerde baby, hakten er best in. Zeker als je op oma- en opa-achtige leeftijd bent.

Maar bij Ellen zat 0,0% twijfel. Pleegouders zijn schaars en de nood is hoog. ‘Er zijn zoveel kinderen waar we nog iets voor kunnen betekenen en die ons meer dan hard nodig hebben.’ Dat wist ik natuurlijk ook wel, maar toch. Netwerkpleegzorg is toch weer wat anders dan crisispleegzorg. In mijn hoofd werd een strijd gevoerd. Enerzijds tussen de gedachten dat we met die drie jaar dat we voor een pleegkind hadden gezorgd ons steentje wel hadden bijgedragen. En anderzijds de gedachte dat een grote aantal kinderen tussen wal en schip viel en dat wij hen tijdelijk een veilig thuis konden geven. Ellen gaf me tijd, vroeg er af en toe eens naar, maar drong nergens aan. Om een lang verhaal kort te maken; na nog een afspraak met Diane waarbij onduidelijkheden werden opgehelderd en vragen werden beantwoord, besloten we onze naam in het kaartenbakje te laten vallen.

Nauwelijks een week nadat we beschikbaar waren, appte Ellen me terwijl ik op kantoor zat.

‘Bel me even,’ las ik. Aangezien ze dat nooit vraagt, deed ik dat meteen. ‘We krijgen een baby,’ zei ze. ‘Hij is vijf maanden oud.’ Ik zweeg een seconde of drie. ‘Moeten we het daar niet even over hebben?’ vroeg ik. ‘Nee,’ was het korte en krachtige antwoord. ‘Hij is al onderweg.’

Als ik dit schrijf zorgen we bijna drie weken voor het liefste kind van het Westelijk halfrond. Natuurlijk gaat hij straks weer verder. Maar we hebben wel besloten dat hij alleen bij ons vertrekt als er een definitieve oplossing voor hem is.

En stiekem hopen we dat het nog een tijdje duurt voor het zover is.