Pleegvakantie

‘Zullen we dit maar eens doen?’ zei Ellen. We hingen ergens half november, terwijl de regen tegen de ramen sloeg, voor het beeldscherm van de laptop en smulden van de plaatjes van een vakantieoord op Gran Canaria. Onze twee jongste dochters waren net het huis uit en een keer samen genieten in de zon leek ons wel wat. We dachten er vier minuten over na en drukten op “boeken”.  Niet wetende dat een paar weken later alles er anders uit zou zien.

Om een lang verhaal kort te maken, we gingen inderdaad naar Gran Canaria, maar niet samen. Poppie, die op 27 januari was geboren en vanaf 29 januari bij ons was, reisde vrolijk mee. Haar ouders vonden het prima en gaven meteen toestemming toen we vroegen of ze ons mocht vergezellen naar Spanje. Poppie’s overprikkeld zenuwstelsel, die we in de maanden ervoor aardig onder controle hadden gekregen, deed nog wel zijn werk tijdens de vlucht. Maar eenmaal in het zonnige Gran Canaria ging het uitstekend. Uiteraard wel met een strak schema dat iedere dag vanaf de ochtend tot de avond bestond uit: ontbijten, slapen, wandelen door het dorpje en aansluitend koffiedrinken, eten, slapen bij het zwembad, “zwemmen”, eten, wandelen door het dorpje en daarna koffiedrinken en slapen.

Poppie genoot van alles. “Zwemmen” vond ze heerlijk, bij het wandelen keek ze haar ogen uit, want er was immers zoveel te zien. En in het cafétje, waar we dus tweemaal per dag te gast waren, kreeg ze aandacht genoeg. Vooral van één ober. Het was liefde op het eerste gezicht.

Juan werkte op Gran Canaria, maar zijn gezin woonde op het vaste land. Hij vertelde vol trots dat hij een dochter had van dezelfde leeftijd als Poppie. In de zomer, als hij aan het werk was, zag hij haar maar weinig. Zijn ogen stonden dof terwijl hij dat vertelde, maar glommen als hij foto’s en filmpjes liet zien. De liefde voor zijn dochter kon hij nu twee weken lang kwijt aan Poppie. En wij? Wij waren trots dat de mensen om ons heen smolten voor het uiterlijk en het karakter van het pleegkindje waarvan we wisten dat ze ooit weer naar haar eigen gezin terug zou gaan.

Door Gerard van Gemert