Liefde

Ze was twee dagen oud toen ze bij ons kwam. Broodmager, want ondervoed. En overprikkeld, want negen maanden door een moeder gedragen die stijf stond van de stress. Poppie, zoals we haar hier maar even zullen noemen, huilde die eerste paar weken alleen maar. Het was de bedoeling dat we drie maanden voor haar zouden zorgen. Kun je in zo’n korte periode wel van zo’n kindje gaan houden, vroeg ik me af.

Twee weken daarvoor belde haar moeder in paniek op. Ze was 8 ½ maand zwanger en had het voor alles en iedereen verborgen weten te houden. Maar nu, op het moment dat ze uit hun huis werden gezet, kon ze het niet langer voor zich houden. We spraken met beide ouders af, zagen de wanhoop in de ogen van de vader en de moedeloosheid in de lichaamstaal van de moeder. ‘Wat doen we?’ vroeg ik aan Ellen op de terugweg in de auto. ‘Hebben we een keus?’ antwoordde zij. Ik zweeg.

En ineens zaten we in een nieuwe wereld waar Jeugdbescherming, Pleegzorg en maatschappelijk werkers de scepter zwaaiden. In overleggen ging het over van alles en nog wat. Terugplaatsen, opbouw, hechting en er volgde een heuse cursus “pleegouder zijn.” Het ging aan ons voorbij zoals wolken aan een raam op een winderige dag. Wij hadden wel wat anders aan ons hoofd.

Poppie zette, letterlijk en figuurlijk, ons leven op zijn kop. Ons sociale leven stond stil. We konden dit kindje nergens mee naartoe nemen omdat ze dan minimaal twee dagen compleet van slag was. Ook bezoek kon ze maar moeilijk verdragen, net als teveel geluid. Een vlieg die op de muur landde, kon haar, bij wijze van spreken, al doen ontwaken.

De drie maanden werden vier maanden, werd een jaar enzovoorts. Het gezin had meer tijd nodig om de boel op de rit te krijgen en een thuis voor Poppie te creëren.

En wij? Wij bekommerden ons om haar alsof het ons eigen kind was en ontwikkelden liefde van hier tot Mars en terug.

Gerard

Pleegzorgervaring -Liefde