Tussen het telefoontje: ‘Ja, het is definitief’ en het moment dat jij met jouw kleine voetjes bij ons over de drempel stapt zit amper achtenveertig uur. Met jouw komst eindigt ons vrijheid-blijheid-Yuppen-bestaan. Onze opdracht is om jou veiligheid, rust en regelmaat te bieden. Dit betekent dat we op gezette tijden eten, dat wij met jou ’s ochtends de planning voor de dag doornemen en dat we elke belofte, elke toezegging aan jou áltijd nakomen. Voor ons geen onverwachte gebeurtenissen of spontane uitjes. Voorspelbaarheid en regelmaat, daar vaar jij het beste bij. Alleen op deze manier kunnen wij jouw wantrouwen en angst doen afnemen. Jij dwingt ons tot regelmaat en laat ons kennis maken met een voor ons onbekende wereld. De wereld van kinderboerderijen, indoorspeeltuinen en kinderopvang. En dan is het ineens donderdag 19 maart. Ik zit op mijn werk en kijk naar de persconferentie van Minister President Rutte. Hij zegt: ‘Werk zoveel mogelijk thuis’. Ik klap mijn laptop dicht en fiets direct naar de opvang om je op te halen. Ik zie de angst in de ogen van jouw juf als ik zeg: ‘Nou, hopelijk tot snel!’

In rap tempo dondert in de dagen die volgen ons zorgvuldig opgebouwde leventje van de afgelopen maanden in elkaar:

‘Nee schat, opa en oma kunnen nu even niet meer op jou passen’

‘De kinderboerderij is dicht lieverd’

‘Nee, het zwembad is ook dicht’

‘We gaan videobellen met mama, je mag nu niet naar mama toe’

‘En nee, je kunt ook niet naar papa’

‘Ik ga alleen naar de supermarkt, je kan helaas niet mee lieverd’

‘We kunnen geen boekjes meer lenen. De bibliotheek is dicht’

‘Ik weet dat je graag wil spelen in de opvang. Maar de opvang is dicht schat’

‘Ja, ik ben thuis maar ik kan nu niet met je spelen. Ik moet werken’.

Je snapt niets van alle maatregelen. Je reageert met dwars gedrag, huilen, broekplassen en boosheid, heel veel boosheid. Je bent het meest boos op ons. Je denkt dat wij jou bewust weghouden van je ouders. Je bent boos op opa en oma omdat ze niet langskomen. Je bent boos op papa en mama omdat ze je niet komen ophalen. Je begrijpt er niets van en het is niet uit te leggen. We worstelen ons door de dagen heen, we staan onder hoogspanning, het is niet vol te houden.

Steeds herhalen we dezelfde zin: ‘De Koning zegt dat we nog niet naar de opvang, kinderboerderij, het zwembad en de bibliotheek mogen. Er zijn heel veel mensen ziek en wij willen niet dat jij ziek wordt’. Na een paar dagen papagaai je deze zin keurig na maar snappen doe je het niet.

Acht weken. Het duurt uiteindelijk acht hele lange weken voordat je weer naar je ouders mag. De glimlach van oor tot oor als je na dit bezoek thuiskomt is onbetaalbaar en blijft dagenlang plakken.

Ik heb geen moeite met afstand houden. Ik heb geen moeite met alle maatregelen. Ik hoef alleen maar terug te denken aan die vreselijk zware weken in maart, april en mei. Ik ga liever jarenlang met een mondkapje over straat dan dat ik jou nog één keer moet zeggen dat je niet naar je ouders mag.

Patty
37 jaar oud
Freelance schrijver en hulpverlener

Sinds december 2019 samen met mijn vriend Paul pleegouder van een driejarig prinsesje