Het houdt de gemoederen al lange tijd bezig, ook op ’t Anker in Harreveld: de afbouw van JeugdzorgPlus. De laatste jaren worden op deze locatie belangrijke stappen gezet om de zorg voor de meest kwetsbare jongeren te verbeteren. Regiodirecteur Bob Wiggers: “Afbouwen klinkt simpel, maar in de praktijk betekent dit het ómbouwen van behandelprogramma’s, het vérbouwen van voorzieningen en het ópbouwen van passende alternatieven. En dat terwijl je continuïteit moet bieden aan jeugdigen die op dit moment veiligheid, stabiliteit en zorg nodig hebben. Dat is natuurlijk ontzettend ingewikkeld en kost tijd, maar we zijn op de goede weg.”

Vertellend over de belangrijke opgave waar ze voor staan, spatten de passie en gedrevenheid er vanaf bij Bob, gedragswetenschapper Bas en plaatsingsfunctionaris Esther. Bas: “We zijn inderdaad vastberaden om het beter te doen, maar we kunnen het niet alleen. Dit gaat om een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waar we binnen de hele keten en als maatschappij de schouders onder moeten zetten.”

Meer behandeling

Op de vraag welke concrete stappen er de afgelopen tijd al zijn genomen op ’t Anker, antwoordt Bas: “We bieden nu veel meer behandeling dan voorheen en zetten deze vooral ook sneller in. Denk aan EMDR, cognitieve gedragstherapie, schematherapie en vaktherapie. Ook is er nu de mogelijkheid voor intensieve traumatrajecten, waarbij vier keer per week traumatherapie wordt gegeven, naast andere vormen van therapie. Zeker op de ZIKOS-afdeling (Zeer Intensieve Kortdurende Observatie en Stabilisatie) is dit nog een flinke uitdaging, omdat de jongeren daar vaak zwaar getraumatiseerd en in een acute psychiatrische crisis binnenkomen met een hoog risico op suïcidaliteit en/of automutilatie.

Meestal hebben ze dan al een lange hulpverleningsgeschiedenis achter de rug. Dan is het natuurlijk in eerste instantie onze voornaamste taak om het kind in veiligheid te brengen en vaak letterlijk in leven te houden. Maar waar we nu naartoe werken is dat er dan juist ook gelijk wordt gekeken naar: wat is hier nou daadwerkelijk aan de hand? Dus naast het observeren en stabiliseren van de problematiek, direct inzetten op diagnostiek en behandeling. Zodat we veel sneller kunnen schakelen en aansluiten bij wat het kind nodig heeft om weer de autonomie te kunnen herpakken.”

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Esther vult aan: “Wat het moeilijk maakt, is dat JeugdzorgPlus na het ontstaan in 2008 eigenlijk steeds meer een verlegenheidsoplossing is geworden. Aan de ene kant werd het de plek voor jongeren die met justitie of politie in aanraking kwamen, maar te kwetsbaar bleken voor de JJI (Justitiële Jeugdinrichting). En aan de andere kant bood het uitkomst voor de kinderen en jongeren met complexe en vaak meervoudige problematiek die nergens anders meer terecht konden – omdat andere hulpverlening niet toereikend bleek, of omdat er simpelweg een tekort aan geschikte plekken is ontstaan.

In Harreveld hebben we dus in de loop der jaren een toename gezien van complexiteit en psychiatrische problematiek. Hierdoor zijn we steeds meer expertise en een specialistisch behandelaanbod gaan ontwikkelen, zodat we beter kunnen aansluiten bij de meest ingewikkelde casuïstiek. Maar het is nog niet genoeg, de weg is lang en de arbeidsmarkt is krap. En ondertussen lopen de wachtlijsten op; er is zoveel diagnostiek en therapie nodig, dat vraagt echt om betere samenwerking in de hele keten.”

Verbeter de wereld, begin bij jezelf

Ook Bob onderschrijft dat het ontbreekt aan een goed werkend stelsel. “Verschillende belangen, verantwoordelijkheden en financieringsstromen zijn nog te vaak belemmerend, maar ik realiseer me ook: ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’. Zo is iedereen in onze organisatie actief bezig om het voorheen repressieve klimaat op Harreveld om te vormen naar een warm klimaat met meer nabijheid en relationele veiligheid. De zogenaamde ‘arrestantenbusjes’ van DV&O gebruiken we al jaren niet meer om jongeren naar Harreveld te vervoeren; tegenwoordig hebben we de GGZ vervoersdienst. Ook zijn onze groepen nu verkleind tot maximaal 7 kinderen per groep, waardoor er meer tijd en aandacht is voor ieder kind. De komende tijd gaan we deze nog verder verkleinen naar 4-6 kinderen per groep.

De meeste EBK’s (Extra Beveiligde Kamers) zijn inmiddels gesloten en krijgen een herbestemming. We werken bijvoorbeeld aan de invulling van een aantal familiekamers, waar kinderen met hun ouder(s) of andere familieleden kunnen verblijven. Nabijheid van belangrijke naasten helpt immers en kan stress-regulerend werken. Of hoe fijn is het als je jarig bent, dat je dit dan samen met jouw dierbaren kunt vieren? Alleen wanneer het echt nodig is voor het herstellen van de veiligheid – wanneer een jongere een acuut gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen – kan er nog gebruik worden gemaakt van een EBK. Dit gebeurt dan op verantwoorde wijze, volgens strikte protocollen en met schriftelijke rapportage aan het Hoofd Behandeling en de Geneesheer Directeur.”

Verbouwing

“Wat natuurlijk niet meehelpt in de beleving van de kinderen en jongeren die op ’t Anker verblijven, is dat het gevestigd is in een voormalige jeugdgevangenis,” vervolgt Bob. “Daarom ondergaat Harreveld de komende twee jaar ook een fysieke verbouwing. Dit jaar worden de tralies voor de ramen, het prikkeldraad en de meeste camera’s weggehaald. Ook de 24-uurssetting wordt onder handen genomen; de ruimtes worden in overleg met de jongeren huiselijker en kindvriendelijker ingericht.”

Multidisciplinaire expertise

“Uiteraard vraagt een nieuwe koers niet alleen om een herinrichting, maar ook om het aantrekken van extra specialismes,” neemt Bas het woord over. “Zo zijn we nu bezig met een opleidingsplek tot verpleegkundig specialist en gaan we weer GZ-psychologen en Orthopedagogen-Generalist opleiden. Daarnaast is het voor bepaalde persoonlijkheids- en ontwikkelingsstoornissen eigenlijk gewenst om een psychiater in vaste dienst te hebben. Op dit moment hebben we maar één dag per week een psychiater tot onze beschikking, terwijl we wel regelmatig met dit soort problematiek te maken hebben. Verder is het belangrijk dat we kritisch blijven kijken naar ons individuele- en groepsbehandelaanbod en een goede en snelle doorvertaling maken van de nieuwste wetenschappelijke inzichten naar de dagelijkse praktijk.”

Specialistische behandelgroepen

“We zijn er dus nog zeker niet, maar waar ik wel trots op ben is dat we al een paar hele sterke specialistische behandelgroepen hebben, zoals de SGG (Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag) en IBA (Intensieve Behandelafdeling),” aldus Bas. Esther is het met Bas eens: “We hebben inmiddels echt wel veel expertise en ervaring in huis en schrikken niet snel van iets. Als niemand het meer kan of aandurft, staan wij op en deinzen we niet terug.”

Gezinsbehandeling

“Wat ook echt een mooie ontwikkeling is, is dat steeds meer jongeren vanuit een groep op ’t Anker samen met hun ouders doorstromen naar een privéhuis op ons terrein, of in de omgeving, voor Gezinsbehandeling. Hier krijgen we dan de hele thuissituatie goed in beeld en kunnen we, door middel van gelijktijdige behandeling van de jongere, ouders en eventuele broertjes en zusjes, negatieve gezinspatronen doorbreken. Zo zetten we ze weer in hun kracht. In 2-3 maanden werken we toe naar een duurzame gezinsrelatie, waarbij het gezin de regie kan herpakken en het vertrouwen krijgt om zelfstandig verder te gaan. En met resultaat! Bij 75% van de gezinnen kan de jongere hierna weer thuis komen wonen,” vertelt Esther trots.

Passend onderwijs

Het onderwijs op Harreveld wordt door de Aloysius Stichting verzorgd. Bas: “In principe gaat ieder kind naar onze interne school. Een dag nadat iemand bij ons binnenkomt, start de intake. Ons passend onderwijs vormt een integraal onderdeel van de behandeling en dagbesteding, aansluitend bij het perspectiefplan van het kind. Wel is het natuurlijk altijd een uitdaging om voor ieder kind onderwijs op zijn of haar niveau te bieden, omdat de mogelijkheden qua docenten, tijd en ruimte niet oneindig zijn.”

Nog niet genoeg alternatieven

Op de vraag wat ’t Anker nodig heeft om de transformatie van JeugdzorgPlus echt te doen slagen, antwoordt Esther: “Een snel inzetbaar ambulant team en meer samenwerking binnen de hele keten. Als wij nu bijvoorbeeld een kind krijgen toegewezen terwijl wij ervan overtuigd zijn dat hij of zij niet goed gedijt bij de gesloten setting van ’t Anker, dan moeten we eigenlijk direct een ambulant team klaar hebben staan dat erop af kan. Niet over een week, maar gelijk. Maar ons ambulante team staat nog in de kinderschoenen. Zij richten zich nu vooral op gezinsvragen en zijn nog niet met spoed in te zetten.”

“Daarnaast is de praktijk nog steeds weerbarstig,” gaat Esther verder. “Om een voorbeeld te noemen: wij proberen nu een strenger voordeurbeleid te hanteren, waarbij we dus besluiten een jongere niet op te nemen als we denken daar niet de juiste behandeling voor in huis te hebben. Maar in de praktijk blijkt een gesloten machtiging nog altijd leidend; dan zorgt de wethouder of burgemeester er alsnog voor dat wij aan onze opnameplicht moeten voldoen.”

Betere voor- én achterdeur

Bob reageert: “Er wordt inderdaad nog te veel in oude patronen en rollen gedacht, terwijl we ons juist met z’n allen moeten ontfermen over het traject van een kind. Eén traject en duidelijk perspectiefplan per kind, waarbij wij slechts een onderdeel van behandeling vormen in de totale zorg- en onderwijsketen. In een crisissituatie zouden wij bijvoorbeeld zo kort mogelijk onze expertise moeten inzetten, waarna het kind weer direct terug kan naar het systeem of een gezinshuis. Dat trajectdenken is de toekomst en kan ervoor zorgen dat we echt gezamenlijk, met een combinatie van zorg en onderwijs, toewerken naar het perspectief van een kind en gezin.”

“Natuurlijk is dit makkelijker gezegd dan gedaan,” vervolgt hij. “Nu komt het nog te vaak voor dat een jongere gewoon nergens terecht kan als hij eigenlijk al ‘klaar’ is bij ons. Om die uitstroom goed te regelen, moet de samenwerking met ketenpartners sterk worden verbeterd. En er moeten meer alternatieven worden ontwikkeld en opgebouwd. Bijvoorbeeld meer ambulante ondersteuning thuis, maar ook meer gezinshuizen en meer studio’s waar jongeren onder begeleiding kunnen oefenen met zelfstandig wonen.”

Reflectie

Dat het nog niet zover is, beseffen Bob, Bas en Esther zich maar al te goed. “Maar dat we met z’n allen hartstikke kritisch zijn over hoe we het in Nederland doen, is een goed teken,” vindt Bob. “Dat betekent dat er beweging in zit, en dat we het echt beter willen doen met elkaar. Voor onze medewerkers is het natuurlijk wel lastig om zoveel negatieve geluiden te horen over het werk dat zij iedere dag met enorm veel inzet en de beste intenties doen. Zij gaan echt door het vuur voor die jongeren.”

Bas knikt: “Zeker, daarom is het ook zo belangrijk om samen met de sector en politiek stil te staan bij de dilemma’s waar we dagelijks tegenaan lopen en wat we nodig hebben om die op te lossen. Wat kunnen wij zelf en wat ligt er buiten onze macht? En hoe voelen we ons daarbij? We moeten ook niet bang zijn om onze kwetsbaarheid te tonen of toe te geven aan elkaar dat we ergens vastlopen. Pas dan komen we echt verder.”